Netwerkdag 2023 WO2NET | Publieksparticipatie

Op 12 september 2023 vond de eerste netwerkdag van de stichting WO2NET plaats, een nieuwe organisatie waarin Netwerk Oorlogsbronnen en een deel van de activiteiten van de Stichting Musea & Herinneringscentra ’40-’45 een plek krijgen. Deze netwerkdag stond in het teken van de interactie met het publiek, de gebruikers. Hoe kunnen we ons publiek actiever laten bijdragen aan het vertellen van het verhaal van de Tweede Wereldoorlog? En wat levert dit op? Het was een succesvolle dag vol inspiratie en uitwisseling van ideeën. Met meer dan 250 deelnemers uit onder andere de archief-, museum-, en herinneringssector was het de best bezochte netwerkdag tot op heden. In verschillende sessies en presentaties gingen de sprekers in op vragen en ideeën rond het thema publieksparticipatie. 

Netwerkdag gemist? Kijk hem hier terug

headerbeeld
Tekst, Afbeelding, Video, Iframe
Tekst

Afbeelding verwijderd.

Introductie WO2NET: samenwerking, relevantie, innovatie

Dagvoorzitter Roosje Keijser opent de Netwerkdag in de Theaterzaal van de OBA. Zij benadrukt in haar introductie hoe belangrijk het is oorlogserfgoed voor het publiek toegankelijk te maken. Om de herinnering aan het verleden levendig te houden, voor educatieve projecten en ook voor het achterhalen van persoonlijke familiegeschiedenis. Om dit te faciliteren wijst zij op de kracht van de samenwerking tussen unieke instellingen. Sommige vraagstukken kunnen alleen beantwoord worden door samen op te trekken en informatie uit collecties gecombineerd aan te bieden.

Samenwerking is ook een van de kernbegrippen van de nieuwe stichting WO2NET, die daarna geïntroduceerd wordt. In gesprek met de nieuwe directeur-bestuurder van de stichting, Ellen van der Waerden, en voorzitter Raad van Toezicht, Ingrid van Engelshoven, wordt de meerwaarde van de stichting samengevat: samenwerking, relevantie en innovatie. Het doel van de stichting is om een bijdrage te leveren aan de samenwerking binnen de sector maar ook samenwerking te stimuleren met partijen die buiten de bekende sector vallen en een onverwachte maar relevante bijdrage kunnen leveren. Daarnaast zal de stichting het netwerk ondersteunen bij het actueel en relevant houden, vooral met het oog op een diverse samenleving en toekomstige generaties. Dit wordt bereikt door innovatieve vormen van publieksbereik te ontwikkelen, zowel digitaal als op locatie.

 

Iframe allowfullscreen
false
Tekst

Afbeelding verwijderd.

De wereld van de digitale zolderkamer speurneuzen

In de volgende toespraak neemt Tommy Hamelink ons mee in de wereld van de digitale ‘zolderkamerspeurneuzen’. Het "OSINT” (open-source intelligence) onderzoek van deze grote, maar onzichtbare groep laat zien wat voor mogelijkheden ontstaan dankzij het digitaal toegankelijk maken van historische bronnen voor het publiek. Deze amateur onderzoekers zoeken in openbare bronnen uit archieven, bibliotheken, foto’s, websites etc. naar informatie die ze samenvoegen tot een compleet verhaal. Een concreet voorbeeld dat Tommy Hamelink geeft is het achterhalen van informatie betreft een foto van een groep Australische soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Met behulp van google zoekopdrachten, google maps, andere foto’s etc weet hij uiteindelijk te identificeren waar en wanneer de foto is opgenomen en wie er op de foto te zien zijn.

OSINT is echter geen hedendaagse uitvinding. Ook de geallieerden gebruikten open source informatie uit de bevolking - met name ansichtkaarten van de Franse Atlantische kust - voor het verzamelen van informatie voor Operatie Overlord in 1944.

Erfgoedinstellingen kunnen OSINT onderzoek faciliteren, vooral wanneer zij context bieden en de betrouwbaarheid van bronnen waarborgen.

Iframe allowfullscreen
false
Tekst

Afbeelding verwijderd.

Workshop Crowdsourcing: de kracht van de massa 1+1=3

Thomas van Maaren, Susan de Thouars en Jesse de Vos, Netwerk Oorlogsbronnen

Wat is crowdsourcing? Thomas van Maaren, communitymanager Netwerk Oorlogsbronnen vertelt: ‘Onbekende’ mensen uitnodigen om mee te doen aan een project waarbij een collectie ontsloten wordt. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan foto’s, registers, landkaarten en grafheuvels.

Nadat de collectie ontsloten is, geef je het ook weer terug door de data openbaar toegankelijk te maken.

Netwerk Oorlogsbronnen heeft in het verleden ervaring opgedaan in een aantal crowdsourceprojecten. Het eerste project was rondom de administratie van Kamp Vught. In 2017 hebben ongeveer 160 vrijwilligers in drie maanden tijd de informatie van 25.000 kaartjes overgetypt. Deze data wordt nu gebruikt in de vaste expositie van Herinneringscentrum Kamp Vught.

Momenteel loopt er een crowdsourceproject met de KNIL stamboekkaarten. Deze persoonsdata wordt uiteindelijk zichtbaar op de nieuwe website onsland.nl.

Bent u geïnteresseerd om een bijdrage te leveren aan dit project? Kijk dan hier voor meer informatie.

Een van de pioniers van crowdsourcing is het Stadsarchief Amsterdam. Zij begonnen in 2010 met het platform Velehanden omdat er een grote behoefte leefde bij gebruikers om de inhoud van archiefstukken te kunnen doorzoeken op bijvoorbeeld familienaam of straatnaam. Na het eerste project rondom de militieregisters werd de scope steeds verder uitgebreid, ook foto’s en video’s werden beschreven en getagged en kaarten voorzien van geografische informatie in crowdsourceprojecten.

Vanaf 2018 ontstaat een kanteling na de introductie van HTR, oftewel handschriftherkenning. De computer kan hiermee een deel van het werk van vrijwilligers overnemen. Betekent dit het einde van crowdsourcing, vraagt Nelleke van Zeeland, coördinator digitalisering bij het Stadsarchief Amsterdam, zich af? Het antwoord is ja en nee. Aanvankelijk zijn vrijwilligers nodig om de computer te trainen in het herkennen van handschriften door middel van ground truth. Nu er uitgebreide computermodellen zijn, is alleen bij trainen of corrigeren nog nodig. Daarnaast zijn vooral de ingewikkelde puzzels waarbij interpretatie nodig is lastig voor computers. Daar is een grote rol weggelegd voor crowdsourcing. Terwijl de computer voor de massa ingezet kan worden omdat met weinig middelen veel informatie verwerkt kan worden.

In het panel worden een aantal vragen beantwoord:

Hoe vind je vrijwilligers? Door de juiste doelgroepen te vinden en deze gericht te benaderen. Gebruik hierbij de media en zoek bestaande communities op.

Werkt financiële beloning? Ervaring leert dat het vrijwilligers gaat om de eer. Beloningen worden dan ook heel vaak niet geclaimd omdat ze het echt voor de lol doen.

Afsluitend vertelde Jesse de Vos, senior ICT projectleider Netwerk Oorlogsbronnen, over de nieuwe crowdsource module op Oorlogsbronnen.nl. Hierbij kunnen bezoekers van de website aanvullingen doen op tijdlijnen van personen. Er is de mogelijkheid om gebeurtenissen toe te voegen of een foto van de desbetreffende persoon te uploaden. Ook is het mogelijk om personen te ontdubbelen wanneer een persoon meerdere tijdlijnen heeft, deze samengevoegd tot een tijdlijn.

Afbeelding verwijderd.

Iframe allowfullscreen
false
Tekst

Workshop: de nieuwe rol van WO2 musea

Annette Schautt, directeur Stichting Musea en Herinneringscentra ‘40-‘45

Afbeelding verwijderd.

Tijdens deze workshop wordt door Annette Schautt, directeur Stichting Musea en Herinneringscentra ‘40-‘45, het project 2nd World geïntroduceerd. Het gaat om een gezamenlijke digitale strategie van de SMH‘40-’45 instellingen, om meer mensen te bereiken. Vooral die mensen die tot op heden minder belangstelling voor erfgoedinstellingen hebben en groepen die minder goed vertegenwoordigd zijn in museumpubliek. De focus ligt op strategie: Annette Schautt benadrukt dat het om meer gaat dan digitalisering en sociale media. Het gaat erom de mensen mee te nemen, ze eigenaar te maken van deze geschiedenis en op een duurzame manier hun kennis en interesse van de Tweede Wereldoorlog te bevorderen.

Annette Schautt stelt verschillende onderdelen van het project voor, die een innovatieve toegang tot de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog nastreven: 

In nauwe samenwerking met focusgroepen, juist ook uit doelgroepen die minder goed bereikt worden, werd in het project een kieswijzer-app ontwikkeld om een gepersonaliseerd overzicht te geven van de keuzemogelijkheden in de erfgoedsector. Welke musea zijn geschikt voor een familie met kinderen van tienerleeftijd? Welke zijn interessant voor grootouders met hun kleinkinderen, en welke voor jongeren? 

Een gezamenlijk social media optreden als wo2musea draagt bij aan het centraliseren van de inhoud van de leden van de SMH. Door het bundelen van krachten kan de doelgroep beter bereikt worden.

De focus ligt duidelijk op interactie en persoonlijke verhalen door middel van Augmented Reality, wandelingen, quizzes en polls. Een combinatie hiervan is te zien in de Podwalk, een door audio en andere media aangevulde wandeling op een historisch interessante plek. Ook de podwalk is ontwikkeld in nauwe samenwerking met jongeren om vooral te kijken wat deze doelgroep interessant en aansprekend vindt.

Afbeelding verwijderd.

Een belangrijk deel van de ontwikkeling van WO2-musea in de digitale transitie is het Deltaplan digitalisering. Charlotte van Dijk, projectcoördinator collectie bij SMH ‘40-’45, stelt een pilotproject voor, waarbij in 2019/20 achtduizend objecten van alle kanten gefotografeerd werden. Niet alleen om ze digitaal beschikbaar te stellen, maar ook vanuit het perspectief van duurzaam beheerd. Objecten zijn onontbeerlijk bij het vertellen van een verhaal. Visuele informatie spreekt mensen anders aan dan een verhaal dat alleen uit tekst of audio bestaat. Een driedimensionale afbeelding is hierbij een mooie mogelijkheid om het object zo dicht als mogelijk bij de kijker te brengen zonder het uit het depot te halen.

De afsluitende vragen van deze workshop zijn: hoe kunnen deze projecten en ontwikkelingen in educatie ingezet worden en hoe kunnen de erfgoedinstellingen hierbij impact hebben? Volgens Annette Schautt is doelgroepgerichte samenwerking van groot belang. Wat willen de mensen uit onze doelgroepen van een erfgoedinstelling? Welke vragen aan het verleden houden ze bezig?

De ervaring in het samenwerken met groepen jongeren in het project 2nd world toonde grote betrokkenheid van deze groep bij het onderwerp. De interesse is er, en in samenwerking tussen musea en de doelgroepen kunnen wij nieuwe en creatieve mogelijkheden vinden om jongeren, en andere nog minder gerepresenteerde groepen, ook buiten het onderwijs te bereiken. Een conclusie van het project was ook, dat (in tegenstelling tot de verwachtingen) niet video en audio de meeste interesse in deze groep wekten, maar vooral tekst en interactie.

Iframe allowfullscreen
false
Tekst

Afbeelding verwijderd.

Workshop: Een kijkje in de keuken. Van Bronnen naar Personen en Gebeurtenissen 

Daan Raven en Micon Schorsij, afdeling Techniek, Netwerk Oorlogsbronnen

Als het gaat om het bereiken van een digitaal publiek, volstaat het niet om alleen bronnen te digitaliseren. Steeds belangrijker wordt de metadata die informatie geven over de meest voorkomende vragen van gebruikers: wie, wat, waar en wanneer. In deze sessie ligt de nadruk op persoonsdata, maar in twee van de drie presentaties is een trend waar te nemen waarbij gebeurtenissen en plaatsen worden gekoppeld aan individuele personen. Ook is er veel aandacht voor de uitwisselbaarheid van persoonsdata.  

Micon Schorsij en Daan Raven, dataspecialisten van Netwerk Oorlogsbronnen, laten zien hoe de tijdlijnen op Oorlogsbronnen.nl tot stand komen. Op dit moment omvat de website circa 400.000 tijdlijnen. Deze tijdlijnen worden door een grotendeels automatisch proces gegenereerd. De informatie op basis waarvan de tijdlijnen worden opgebouwd, is afkomstig uit meer dan 140 datasets, aangeleverd door instellingen, onderzoeken en privépersonen. Het transformeren van deze datasets – in Excel, Filemaker, Word of PDF – is complex en foutgevoelig maatwerk. Soms zitten er ook fouten in de originele bronnen. 

Pieter Woltjer, datamanager van CBG Instituut voor Familiegeschiedenis, werkt dagelijks met grote hoeveelheden persoonsdata. Recentelijk heeft het CBG een standaard datamodel voor historische persoonsgegevens ontwikkeld, genaamd PICO (Persons in Context). Hier ligt vooral de nadruk op de relaties tussen de personen onderling, niet op de koppeling met gebeurtenissen. Het CBG maakt in dit model onderscheid tussen persoonsvermeldingen en personen. Persoonsvermeldingen moeten altijd gebaseerd zijn op bronnen. Het PICO-model wordt binnenkort publiek gemaakt in een artikel in het Archievenblad.  

De derde presentatie van Rick Companje (zelf verhinderd) van het Utrechts Archief, waar druk is geëxperimenteerd met personen en gebeurtenissen. Het Utrechts Archief is de eerste deelnemer binnen NOB die data heeft aangeleverd als linked open data. Gesubsidieerd door het Mondriaan Fonds, zijn er flink wat nieuwe collecties over Utrecht in de Tweede Wereldoorlog gedigitaliseerd en nader ontsloten. Door crowdsourcing zijn er veel nieuwe persoonsdata beschikbaar gekomen, bijvoorbeeld over geïnterneerden in de gevangenis aan het Wolvenplein. Het Utrechts Archief heeft eigen applicaties met de data ontwikkeld, bijvoorbeeld De WO2 kaart van Utrecht, maar ook koppelingen gemaakt aan gebeurtenissen. Er is veel ervaring opgedaan met Linked Open Data en datavisualisaties. 

Algemene conclusie is dat de technische uitdagingen waar NOB, Utrechts Archief en CBG Instituut voor Familiegeschiedenis grotendeels identiek zijn: hoe om te gaan met grote datasets, hoe slagen we erin persoonsvermeldingen te herleiden naar individuele personen en hoe kunnen we persoonsdata gestandaardiseerd koppelen. Datauitwisseling en kennisuitwisseling gaan hierbij hand in hand.   

Iframe allowfullscreen
false
Tekst

Afbeelding verwijderd.

Afscheid Puck Huitsing en einde van de netwerkdag

Tot slot wordt nog van programma directeur van Netwerk Oorlogsbronnen, Puck Huitsing, afscheid genomen. Het programma NOB is afgelopen en gaat verder in de stichting WO2NET. Roosje Keijser leidt dit programmaonderdeel en in een gesprek met Puck Huitsing wordt het programma Netwerk Oorlogsbronnen retrospectief besproken. Als Roosje Keijser vraagt of de verwachtingen van Puck Huitsing aan het programma Netwerk Oorlogsbronnen zijn vervuld, is het antwoord duidelijk. Met een glimlach zegt zij: “Het komt nooit zo uit als je zelf denkt”. Met zoveel betrokken partijen en partners is het moeilijk een strikt plan door te zetten, en dat is ook niet de bedoeling. “Het netwerk neemt regie”, zegt zij.

Puck Huitsing benadrukt ook hier de samenwerking: Netwerk Oorlogsbronnen is een gezamenlijk project van de leden van het netwerk, van de betrokken archieven, musea, herinneringscentra, stichtingen, etc. Het gaat in het project niet om de techniek alleen, het gaat om het verbinden en toegankelijk maken van bronnen uit de Tweede Wereldoorlog. Puck Huitsing heeft een duidelijke boodschap aan het netwerk: om innovatie door te zetten is het nodig om lef te hebben en durf te hebben.

Deze netwerkdag was weer een goede stap verder om meer samenhang te brengen in herinneringsgerichte activiteiten met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en om het erfgoed voor het publiek beter toegankelijk en aansprekend te maken. Bedankt aan alle sprekers en deelnemers! 

Afbeelding verwijderd.

De netwerkdag gemist? Een deel van het programma, met name de introductie, Tommy Hamelink’s presentatie over zolderkamer speurneuzen, de workshop “Een Kijkje in de Keuken” door Micon Schorsij en Daan Raven en de afscheid van Puck Huitsing, is hier terug te kijken.

Iframe allowfullscreen
false
gebied